The Readshop uit Kerkdriel wint Grote DigiTaalStrijd 2018

Gepubliceerd op: 29 november 2018 16:18

Team The Readshop heeft de Grote DigiTaalStrijd 2018 gewonnen. Het team uit Kerkdriel, bestaande uit W. Kollenburg, Kees Vernooij en Pauline Kollenburg.

De Grote DigiTaalstrijd is een ludieke battle, waarmee Bibliotheek Rivierenland en Businessclub Betuwe in Zaken samen aandacht willen vestigen op het thema laaggeletterdheid. Met zes enerverende evenementen op één avond en een spraakmakende aanloop, waarin schrijver Abdelkader Benali menig deelnemer wist te motiveren zich op te geven, was de Grote DigiTaalStrijd opnieuw een succes te noemen.

Lokale winnaars

De Grote DigiTaalStrijd vond dit jaar plaats op zes locaties. Elke deelregio had zijn eigen winnaar. Naast The Readshop in de Bommelerwaard, waren dat in Culemborg de Ex-fractievoorzitters van linxe snit; in het Land van Maas en Waal SPOM Maas en Waal; in Neder-Betuwe Quiz ’t Al!; in Tiel Taal is zeg maar echt mijn ding; en in West Betuwe Driekes 3 Stars. Regionaal gezien was er een gedeelde tweede plaats voor Team Taal is zeg maar echt mijn ding uit Tiel en de winnaars van vorig jaar, Team Ik ken überhaupt maar een woord Duits. De derde regioplaats was voor Driekes 3 Stars uit West Betuwe.  

Prijzen

Het Regionaal Bureau voor Toerisme heeft de grootste bijdrage geleverd aan de prijzenpot van de Grote DigiTaalStrijd dit jaar. Die bestond uit luxe streekpakketten met een aantal extraatjes voor de nummers één en twee. Op elke locatie ontvingen de nummers één een pakket met streekproducten en een dinerbon. De nummers twee kregen er een speciale, door ex-laaggeletterden samengestelde dichtbundel bij.  

Sponsoren

Behalve het RBT, heeft Medio Europe, leverancier van Bibliotheekboeken, de Grote DigiTaalStrijd mede mogelijk gemaakt, evenals de deelnemende gemeenten en  ROC Rivor en Bloklab IT Consultancy.

Het dictee van Abdelkader Benali

Gemotiveerde nieuwkomers, aangekomen hier te lande, ervaren de moerstaal als een verraderlijke boobytrap; vooral wanneer met enige wrevel geconstateerd wordt dat de locals, de stamgasten, Jan met de korte achternaam, de confrères, het falderappes, de nouveaux riches, de glamourboys met de snelle plangas en de kleine luyden er qua verzorgd taalgebruik met de pet naar gooien.

Als opgroeiende adolescent ervoer ik eenzelfde frustratie wanneer ik merkte dat het voor de bonhomie kunnen was en voor de mecanicien kenne, voor de juf warempel en voor de schaafijsverkoper asjemenou, dan laat ik onvermeld dat het voor de hipster een latte macchiato met een shot espresso is; de bouwvakker noemt dat een bakkie pleur.

Resumerend en waarvan akte, taal is zeg maar ieder z’n ding: een bouwpakket met myriade verschijningsvormen die zich dan weer efemeer en dan weer langdurig aan ons voordoen.

Foto onder: de zes lokale winnaars